De petitietekst zal in het Engels worden aangeboden. Dit is de Nederlandse vertaling.
Aan overheden, ,
In 2022 hebben meer dan 190 landen, in het kader van het wereldwijde Biodiversiteitsverdrag (CBD) en het Kunming-Montreal Raamwerk voor Biodiversiteit (GBF), beloofd het verlies aan biodiversiteit tegen 2030 te stoppen, onder meer door het ontwikkelen en implementeren van Nationale Biodiversiteitsstrategieën en –actieplannen (NBSAP).
Het huidige beleid en de NBSAP besteden onvoldoende aandacht aan de groeiende druk die wordt uitgeoefend door de carnivore aquacultuur, aquacultuur van vleesetende dieren zoals de tonijnenmesterijen en de voorgestelde kweek van octopussen. Deze industriële kwekerijen hebben een steeds grotere impact op wilde vispopulaties, met name op kleinere vissen, op voedselketens en op gehele mariene ecosystemen.
Wij roepen overheden op om hun nationale biodiversiteitsstrategieën en -actieplannen te verbeteren en ook daadwerkelijk te implementeren, in lijn met de toezeggingen die zijn gedaan in het GBF onder de CDB, om ervoor te zorgen dat de ontwikkeling van aquacultuur de biodiversiteitsdoelstellingen ondersteunt in plaats van ondermijnt.
We roepen beleidsmakers op om:
- Ervoor te zorgen dat de ontwikkeling van aquacultuur niet leidt tot overbevissing, aantasting van mariene ecosystemen of uitputting van belangrijke soorten prooidieren door:
- Ecosysteemgerichte limieten vast te stellen voor het gebruik van wilde vis als grondstof – inclusief de prooivissen, vismeel en visolie die in diervoeder worden gebruikt;
- De integriteit van het mariene voedselweb te prioriteren, en de voedselzekerheid en het levensonderhoud van kustgemeenschappen te waarborgen;
- De monitoring, rapportage, traceerbaarheid en transparantie van de toeleveringsketens in de aquacultuur te versterken.
(CBD-doelstellingen 5 en 9 – duurzaam gebruik en beheer van wilde soorten)
- Het voorzorgsbeginsel toe te passen op de uitbreiding van de carnivore aquacultuur door:
- Het voorzorgsbeginsel toe te passen op de ontwikkeling van aquacultuur met soorten met een hoge trofische positie, zoals de tonijn en de octopus;
- Af te zien van het verlenen van nieuwe vergunningen voor de kweek van soorten met een hoog trofische positie (waaronder de tonijn en de octopus) die afhankelijk zijn van voedsel waaraan aanzienlijke risico's voor de biodiversiteit kleven, en uitbreidingen van kweek te vermijden die ecologische gevolgen op de lange termijn kunnen bestendigen.
(CBD-doelstellingen 10 & 1 – duurzame aquacultuur en vermindering van biodiversiteitsverlies)
- Hervorm subsidies en heroriënteer overheidsfinanciën met biodiversiteitsdoelstellingen door:
- Subsidies en financiële prikkels die niet-duurzame aquacultuuruitbreiding stimuleren te identificeren en te hervormen;
- Overheidsfinanciën te heroriënteren naar aquacultuursystemen met een lage impact, herstellende systemen en systemen waarbij geen voeding nodig is (bijv. tweekleppige schelpdieren en zeewier).
(CBD-doelstelling 18 – hervorming van schadelijke subsidies)
- Versterk de beleidscoherentie tussen biodiversiteit en internationale handelskaders door:
- In overeenstemming met het voorzorgsbeginsel te beoordelen of Atlantische blauwvintonijn (Thunnus thynnus) onder Bijlage II van CITES moet worden opgenomen;
- Ervoor te zorgen dat de internationale handel in aquatische soorten de biodiversiteitsdoelstellingen niet ondermijnt of extra druk uitoefent op wilde populaties;
- De coherentie tussen CBD-verplichtingen, NSBAP-implementaties, en internationale handelskaders, waaronder CITES, te versterken.
(CBD-doelstellingen 5 & 9 – duurzaam gebruik van en handel in wilde soorten)